Dat geeft kinderen ruimte om te bewegen, te onderzoeken en zelf betekenis te geven aan wat ze meemaken. Voor scholen levert het nieuwe ideeën op om het schoolplein en de omgeving te gebruiken voor onderwijs, spel en welzijn.

Als een spreeuwenzwerm

In de minor staat de spreeuwenzwerm symbool voor samenwerken. Spreeuwen bewegen zonder vaste leider, maar stemmen steeds op elkaar af. Ze kijken, luisteren, voelen aan wat nodig is en veranderen samen van richting.

Zo werken ook studenten, docenten, leerkrachten en medewerkers van natuurorganisaties samen. Ieder brengt een eigen blik mee. Samen onderzoeken ze vragen over natuur, onderwijs en hoe kinderen leren. Niet met één vast antwoord, maar door te oefenen in afstemmen en meebewegen.

Die samenwerking begint al tijdens de startdagen. Studenten brengen een paar dagen door op een plek in de natuur. Ze bakken brood, verzorgen dieren, maken vuur en koken samen. Daarmee ontstaat een leer- en leefgemeenschap waarin ze verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en voor hun omgeving.

Van deadline naar lifeline

Een close-up van het gezicht van een jong meisje bedekt half haar gezicht achter een roodgekleurd boomblad.

De minor is ontwikkeld vanuit het lectoraat Natuur en Ontwikkeling Kind van Hogeschool Leiden. Het uitgangspunt is dat onderwijs niet alleen hoeft te draaien om doelen, prestaties en deadlines. Het kan ook een bron zijn van energie, betekenis en verantwoordelijkheid. Een lifeline dus.

Daarom onderzoeken studenten ook hun eigen relatie met natuur. Door goed waar te nemen en te reflecteren, ontdekken ze wat een plek in de natuur kan laten zien over henzelf, hun houding en hun rol als toekomstig onderwijsprofessional. Natuur wordt zo een plek om te groeien. Een plek die uitnodigt om te vertragen, aandachtig te kijken en open te staan voor wat er gebeurt.

Aandacht en voorbereiding

Met kinderen buiten zijn is niet automatisch goed onderwijs. Dat is een belangrijk inzicht uit de minor. Tijdens stages bij natuurorganisaties ervaren studenten hoe leren kan ontstaan zonder dat alles vooraf vastligt. Kinderen raken planten aan, blijven kijken naar een insect of verzamelen materialen. De rol van de begeleider is dan niet om meteen uitleg te geven, maar om te observeren, vragen te stellen en ruimte te geven aan ontdekking.

In de loop van het jaar groeien studenten van buitenbekwaam naar onderwijsbuitenbekwaam. Ze leren zich thuis te voelen in de natuur én om buitenactiviteiten pedagogisch en didactisch goed op te bouwen. Dat vraagt om loslaten, maar ook om structuur. Een buitenles biedt veel prikkels en kan ook afleiden. Goed buitenonderwijs vraagt daarom om voorbereiding, duidelijke afspraken en aandacht voor wat een groep kinderen nodig heeft.

Praktische oplossingen

Tijdens hun schoolstage werken studenten aan een ontwikkelvraag van een stageschool. Zo sluiten hun opdrachten direct aan op wat er in de praktijk nodig is. Op een school voor speciaal onderwijs onderzochten studenten bijvoorbeeld welke delen van een groen schoolplein passen bij de spelbehoeften van leerlingen. Ook brachten ze in kaart wat kinderen nodig hebben om tot rust te komen en hun gedrag te reguleren. Op basis daarvan deden ze voorstellen voor de verdere ontwikkeling en het gebruik van het schoolplein.

Op een andere school ontwierpen studenten activiteiten rond verantwoord stoeien en spelen in de natuur. Daarmee sloten ze aan bij de behoefte van kinderen aan bewegen, fysiek spel en contact. Buitenonderwijs helpt scholen daarmee om anders te kijken naar spel, beweging, inclusie en de inrichting van hun leeromgeving.

Kansen

Vijf studenten lopen door een buitengebied als onderdeel van de minor OnderwijsBuiten.

De buitenruimte biedt ook veel kansen voor taalonderwijs. Als kinderen buiten samen kijken, spelen en onderzoeken, ontstaan er vanzelf momenten waarop ze willen benoemen, beschrijven, vergelijken en uitleggen. In de minor verdiepen studenten zich daarom in de relatie tussen natuur, ervaring en taal-denkontwikkeling.

Ook kansengelijkheid speelt een belangrijke rol. Groen en toegang tot natuur zijn niet voor ieder kind vanzelfsprekend. Studenten onderzoeken hoe buitenonderwijs kan bijdragen aan goede pedagogische kwaliteit, juist in wijken waar minder groen in de buurt is. Daarnaast gaat het over burgerschap en de toekomst van onze planeet. De minor zoekt naar een pedagogische houding waarin kinderen zich verbonden kunnen voelen met de aarde én ervaren dat hun handelen ertoe doet.

Onderwijs dat groeit

Na afloop nemen studenten hun ervaringen mee naar basisscholen, natuurorganisaties en zorginstellingen. Daarmee groeit ook het netwerk van scholen en organisaties dat buitenonderwijs verder ontwikkelt.

De steun van Triodos Foundation maakt het mogelijk om studenten op inspirerende plekken te laten leren, gastdocenten uit te nodigen en praktijk en onderzoek met elkaar te verbinden. Zo helpt de minor OnderwijsBuiten toekomstige onderwijsprofessionals om kinderen te verbinden met hun omgeving én natuur een vanzelfsprekende plek te geven in het onderwijs.